Op deze grijze, mistige dag in januari zijn 48 leden naar het Dorpshuis gekomen voor de maandelijkse OSO middag.
Na een welkom door Bregtje Sikkens wordt Nelle Raaphorst aan de leden voorgesteld.
Nelle woont in Fochteloo en is na haar pensionering verhalenverteller geworden. Dat moest, voor zover nodig, geleerd/geoefend worden, ze volgde meerdere cursussen en sloot zich aan bij andere verhalenvertellers in een vertelkring: “Verhalenvertellers in Friesland”
Het eerste verhaal komt uit de archieven van de Koloniën van Weldadigheid en gaat over het bewogen leven van Pietsje Deinum, een gewoon meisje uit Workum. Na de dood van haar moeder, ze is 17, verandert haar leven. Ze trouwt, krijgt een zoon maar wordt al snel weduwe.
Zonder man vervalt ze tot armoede en heeft haar zoon te vondeling gelegd. Na een leven van zwerven, van 7 kinderen krijgen en van het moeten begraven van 4 van die kinderen wordt ze aangegeven voor landloperij. Ze wordt na een kort proces door de rechtbank van
Sneek gezonden naar Veenhuizen samen met haar 2 kinderen. In Veenhuizen gescheiden van haar kinderen moest er hard gewerkt worden op het land; alleen op zondagen zag ze haar kinderen.
Het eten was er net genoeg om niet dood te gaan maar te weinig om gezond te leven. Ze ontmoet daar een man en samen met haar kinderen gaat ze met hem mee. Op 41 jarige leeftijd overlijdt Pietje. Wieger, haar eerste zoon werd boer, kreeg veel kinderen die ook weer kinderen kregen en deze nazaten hebben het verhaal van Pietje Deinum uit de archieven naar boven gehaald.
Na de koffie volgt een heksenverhaal. Nelle heeft een echte magische heksenbezem bij zich. Anneke, wordt door buurvrouw Hillie ingewijd in het heksenbestaan, tegen de zin in van haar moeder. Nadat deze kennismaakte met Hillie heeft ze er vrede mee dat haar dochter “anders” is. Het verhaal vertelt van heksenbijeenkomsten, drankjes van berkensap waar je ook dronken van kan worden. Ook Anneke, die in heksenkring Glinda genoemd werd, leert vliegen in
Het Blauwe Bos.
Een prachtig sprookje waarna iedereen precies weet wat een “heksenbezem” is.
Er achteraan komt een Keltisch verhaal over een kroonprinses die al heel jong koningin wordt, maar door de verhalenverteller Culkin via zijn verhalen over de Keltische tradities is voorbereid.
Een van de tradities is dat op midwinter alle vuren in het land gedoofd worden waarna de koningin op de heilige berg Tara het vuur weer ontsteekt. De traditie eist dat iedereen eraan mee doet door
alle vuren te doven. Maar als iemand dat vergeet moet hij sterven en dat overkomt…..Het slot van het verhaal is verrassend.
Het laatste verhaal, of legende, vertelt van Larus in een dorpje bij de kust. Larus is vreselijk sterk, heeft priemende zwarte ogen en een hele schelle stem. Iedereen was bang voor hem. Hij was echter ook een geweldige jager en bracht buit mee naar het dorp. Door zijn losse handjes werd hij veroordeeld tot 4 weken werken in de smidse. Maar er is meer aan de hand en Larus wordt verbannen uit het dorp. Op een bijzondere wijze en na vele belevingen kan Larus zich eindelijk
uit die verbanning bevrijden en zich vrij voelen.
Bregtje bedankte Nelle die ervoor gezorgd had dat de aanwezigen geboeid en doodstil geluisterd hebben.